7 jarige oorlog

een verslag van Luc

Een nieuwe manier om Zevenjarige Oorlog te spelen.

Afgelopen zaterdag hebben we een door Robert Madrigal gecreëerd experiment uitgevoerd met een combinatie van tegelijkertijd op legerniveau en brigadeniveau uit te voeren treffen.
De foto hieronder (“Manoeuvres”) laat de legerbewegingen zien die later resulteren in contact op de tafel. De troepen zijn gebased op vierkantjes van gelijk formaat (met twee rijen van drie infanteristen, of een rij van drie ruiters, of een standaard met officier en tamboer, of een generaal te paard plus een standaard) en het speelbord bestaat uit vierkantjes die precies even groot zijn.

maneuvres

Door slechts de commandobases van de brigades te gebruiken kan eenvoiudig een leger worden weergegeven dat is opgebouwd uit verschillende infanteriebrigades, enkele cavaleriebrigades en desgewenst ook nog wat geschut (alhoewel in deze periode vaak gebruik gemaakt werd van regimentsartillerie die dus onderdeel uitmaakt van de betreffende brigade).

Nadat deze bases op het speelbord tegenover elkaar zijn opgesteld gooien beide partijen een D6. De score geeft het maximale aantal verplaatsingen aan van vierkant naar vierkant, waarbij infanterie 1 vakje kan opschuiven en cavalerie (maximaal) 2 vakjes. Hierdoor is het mogelijk te proberen een situatie te creëren die zoveel mogelijk eigen voordeel geeft (het pogen uit te manoeuvreren van de tegenstander – een activiteit die juist in deze periode - The Game of Kings - vaak werd toegepast, meer nog dan in de Napoleontische periode waar immers ook de legers vaak veel groter waren). In het midden van het speelbord stellen 4 vierkanten (twee aan twee) het slagveld op de tafel voor. Door onze infanterie naar voren te schuiven zodat contact was, en tevens aan te geven dat er daadwerkelijk een aanval plaats vond (dat laatste is niet nodig: je kunt ook proberen alleen het terrein te bereiken maar geen slag te leveren) ontstond de situatie op de tafel:
pruisen

fransen

Met aan de andere kant de Fransen, die (op het speelbord) nog een Oostenrijkse reservedivisie hebben.

De slag op de tafel wordt gevoerd met de oeroude WRG Napoleontische regels. Afstanden worden bepaald met stokjes waarop steeds 50 passen in afstand zijn uitgemeten (gemakke-lijker en duidelijker te zien dan een rolmaat) en vuur- en handgemeeneffecten bepaald via een D6 conform de tabellen in de regels opgenomen. Een en ander werkt in ieder geval bij een troepenomvang zoals hier (met twee spelers) uitstekend, terwijl het IGYG systeem (anders dan in het verleden bij erg grote slagen ervaren) geen onaanvaardbaar lange wachttijden bij de niet-actieve speler veroorzaakt.

NB: het treffen op tafel bestaat uit vier beurten (waarbij steeds de Fransen als aanvaller eerst gingen, en daarna de Pruisen konden reageren). Na de vierde beurt keert men terug naar het spelbord op legerniveau, waar de beide D6-en weer kunnen aangeven hoeveel elementen van het gehele leger kunnen worden verplaatst, en waarheen. Het is immers niet nodig (zij het natuurlijk wel mogelijk) om de eigen troepen op tafel te versterken. Misschien is het wel beter de vijandelijke cavalerie met eigen daaraan wat inferieure troepen vast te houden en aldus te verhinderen dat zijn de slag op tafel kunnen beinvloeden.

pruisische cavalerie

Op deze foto is te zien hoe de Pruisische cavalerie op de linkerflank (drie elementen, dus drie brigades) tegenover twee Franse eenheden staat. De Franse generaal besloot deze beide eenheden - die van eliteniveau waren - naar voren te bewegen, waarna zijn Pruisische tegenstander de drie cavaleriebrigades liet aanvallen om aldus de Fransen te verhinderen het slagveld te bereiken. Dit treffen zou dan (bij voldoende spelers) op een andere tafel tegelijkertijd kunnen worden uitgevochten en het resultaat daarna op het legerspeelbord weergegeven. Intussen (want niet alle zetten op het legerspeelbord zijn gedocumenteerd (;-)) was de situatie op de tafel aldus:

nieuwe situatie

Pruisische kurassiers hadden zich op de eigen rechterflank gemeld en chargeerden Franse infanterie die tegenover hen stond (NB: in de Zevenjarige Oorlog is de carreeformatie nog niet gebruikelijk). De eigenlijk ter versiering op de tafel staande koets zou heel wel de betreffende Franse generaal van het slagveld hebben kunnen komen halen – op deze lokatie is weinig meer voor hem te doen. In het centrum is de Pruisische linie bezig om de eerste Franse lijn langzaam op te rollen, en de ruiterij aan het eind (Franse rechterflank ) is een ernstige bedreiging voor de daar tegenover staande infanterie. Echter: het is in genen delen een Pruisisch succes ! Omdat de Franse eenheden kleiner in aantal zijn, heeft het Franse operbevel meer mogelijkheden tot manoeuvres. Waar inmiddels zowel hier op de tafel als ook op de grotere legerschaal alle Pruisische brigades in contact zijn, is dat voor wat betreft de Fransen (en met name voor de Oostenrijkse reserve-divisie) niet het geval. Indachtig de stelling van Von Clausewitz (de winnaar van de veldslag is diegene met de meeste reserves) valt daarom aan te nemen dat Maria-Theresia van Oostenrijk hier straks (na het sneuvelen van zovele Fransen) een “Oostenrijkse” overwinning zal kunnen claimen....

Slotopmerkingen: de link tussen “groter geheel” en “op de tafel” is zo sterk dat je voortdurend nadenkt over wat je op de tafel moet doen om straks op het legerbord een voordeel te behalen en omgekeerd. Je wordt gedwongen af te wegen wat de gevolgen van je daden zouden kunnen zijn, in plaats van (zoals zo vaak gebeurt) gewoon rücksichtlos naar voren te gaan. Zoals al eerder gezegd: juist de geringere omvang van SYW-legers maakt die voorzichtigheid en de nadruk op manoeuvreren in plaats van domweg vechten zo belangrijk. Als simulatie van deze periode is de combinatie dan ook zeer geslaagd !

Folkert | Sunday 11 October 2009 at 5:06 pm